Sjamanisme

Het woord ‘sjamaan’ komt uit de taal van een van de oorspronkelijke volken uit Siberië. Wanneer problemen en ziekte de kop opstaken werd er een beroep gedaan op de sjamaan: een man of vrouw die uit naam van de gemeenschap contact konden maken met de wereld van de geesten. Elke sjamaan had eigen hulpgeesten die hem/haar hulp boden bij het genezende werk, bij het oplossen van vraagstukken en bij het begeleiden van de doden op hun laatste reis.

Yakut Sakha costume

Yakut Sakha costume

Altai costume

Altai costume

De Siberische volken kenden elk hun eigen gebruiken, elk had een eigen mythologie en er bestond dan ook behoorlijk wat onderscheid tussen de sjamanen uit verschillende gebieden. Toch waren er tussen hen zoveel overeenkomsten dat we van ‘Siberisch sjamanisme’ kunnen spreken. Siberisch sjamanisme kwam ook voor in de streken die aan zuidelijk Siberië grenzen. In de noordelijke streken van China leven enkele sjamanistische semi-nomadische groepen zoals de Evenki, die nauwe verwanten zijn van hun Siberische buren en in het uiterste noorden van Japan leven de sjamanistische Ainu. Mongolië is een overgangsgebied waarin zowel (Siberisch) sjamanisme, (Tibetaans) boeddhisme en mengvormen van beide bekend waren.

Mongol costume

Mongol costume

Mongol costume

Mongol costume

Kenmerkend voor Siberisch sjamanisme was dat het overgrote deel van de sjamanen zich kleedde in speciale kostuums waarop de hulpgeesten waren afgebeeld. Bij sommige volken, bijvoorbeeld de Yakut/Sakha, hingen de sjamanen soms tot wel tweehonderd gesmede ijzeren figuren en hangers aan hun leren jassen. Bij andere volken zoals de Soyot en Tofalar werd er nauwelijks ijzer gebruikt, daar hingen er vooral veel lange geborduurde slangen en stroken textiel aan een sjamaankostuum. Ook waren er groepen als de Evenki, Dolgan en Altai die zowel veel ijzer als textiel gebruikten. Hoe het kostuum er ook precies uitzag, het kon met gemak tien of vijftien kilo wegen.

Naast een speciaal kostuum gebruikten de Siberische sjamanen grote platte trommels die aan één kant bespannen waren met de huid van een hert, rendier of paard. Er waren enkele volken zoals de Nanai en Udhege waar de sjamanen maar heel simpele kostuums droegen, maar ook zij gebruikten zulke trommels. De sjamaan sloeg een (meestal) monotoon ritme terwijl hij/zij lange liederen zong, soms waren dat oude teksten en soms werden die geïmproviseerd. In deze liederen imiteerde de sjamaan vaak dierengeluiden, en tijdens het zingen nodigde de sjamaan zijn/haar hulpgeesten uit om naderbij te komen en zich over de zieken te ontfermen.

Mongolia, Himalaya and Chakass Drums

Mongolia, Himalaya and Chakass Drums

Door het gewicht van de trommel en het dansen in een zwaar kostuum raakte de sjamaan snel vermoeid. Die vermoeidheid hielp de trance op te roepen en te verdiepen. Als de sjamaan eenmaal in trance was en zijn/haar helpers om zich heen had verzameld, kon het eigenlijke werk beginnen: de communicatie met de geesten die ziekte en ongeluk veroorzaakten om zo tot een oplossing te komen of genezing te bewerkstelligen.

Siberisch sjamanisme kwam ook voor in de streken die aan zuidelijk Siberië grenzen. In de noordelijke streken van China leven enkele semi-nomadische groepen zoals de Evenki, die nauwe verwanten zijn van hun Siberische buren. In het uiterste noorden van Japan leven de sjamanistische Ainu. In Mongolië kenden o.a. de Buryat en Darkhat sjamanen: Mongolië is een overgangsgebied waarin zowel (Siberisch) sjamanisme, (Tibetaans) boeddhisme en mengvormen van beide werden beoefend.

Van het klassieke Siberische sjamanisme is slechts heel weinig bewaard gebleven. Na de Russische revolutie van 1917 werd er een campagne gestart om de oorspronkelijke bevolkingsgroepen van Siberië te ontmoedigen om hun sjamanen nog langer te raadplegen. Dit ontmoedigingsbeleid werd na de jaren dertig van de twintigste eeuw onder Stalin omgezet in vervolging en uitroeiing van de weinige nog praktiserende sjamanen, velen werden in de concentratiekampen van de Goelag opgesloten of ze werden direct vermoord. Tegenwoordig zijn er nog slechts heel weinig sjamanen werkzaam die nog rechtstreeks met de oude traditie verbonden zijn. Van het oude Siberische sjamanisme rest op materieel gebied feitelijk alleen nog een klein aantal kostuums en trommels in musea en privé-collecties, en wat tekeningen, foto’s en beschrijvingen in oude antropologische literatuur.

Na de val van het communisme beginnen sommige mensen in Siberië zich langzaam maar zeker opnieuw tot het sjamanisme te wenden. Er bestaan bijvoorbeeld diverse folkloristische zang- en dansgezelschappen die sjamanenliederen ten gehore brengen en daarbij op de traditie gebaseerde sjamanenkostuums dragen. Ook zijn er mensen die het werk van de sjamaan weer hebben opgepakt, maar het meeste van wat er op dat gebied gebeurt moet als een reconstructie worden beschouwd en kan niet als rechtstreekse continuering van de oude tradities worden gezien.

In het westen raakte de Siberische sjamaan in de vroege achttiende eeuw bekend toen de eerste reisverslagen over Siberië werden gepubliceerd. Gedurende lange tijd bleef kennis van het sjamanisme beperkt tot de academische wereld, maar sinds de jaren zeventig van de twintigste eeuw wordt het sjamanisme onder westerlingen langzaam maar maar zeker populair als een spiritueel pad. Onder andere de boeken van Carlos Castaneda droegen aan die ontwikkeling bij. Michael Harner ontwikkelde in de jaren zeventig als eerste een simpele en effectieve methode die het voor westerlingen mogelijk maakt om met de grondbeginselen van de sjamanistische trance vertrouwd te raken. Sinds die beginjaren heeft het westerse sjamanisme zich enorm ontwikkeld en heeft het vele gezichten gekregen. Er zijn maar heel weinig westerse adepten die zich in sjamanenkostuums kleden, maar het gebruik van de trommel om trance op te roepen is gemeengoed geworden. Westerse sjamanisme beoefenaars reizen op de klank van de trommel naar en door de andere wereld om daar de voorouders en de hulpgeesten te ontmoeten en te raadplegen. In het westerse sjamanisme zijn sterke invloeden van de Noord-Amerikaanse Indianen te vinden, zo is bijvoorbeeld het wiel van de vier richtingen algemeen bekend geworden en nemen vele westerlingen deel aan zweethutceremonies. Ook sjamanistische technieken uit Latijns-Amerika, zoals bijvoorbeeld het gebruik van het reinigende en hallucinogene ayahuasca zijn in het westen beschikbaar. 
Inmiddels zoeken verschillende westerlingen ook naar de sjamanistische elementen in de voor-christelijke geschiedenis, en baseren daar weer nieuwe gebruiken en methodes op. Sjamanisme is volop in ontwikkeling. Het is weer terug van weggeweest, zij het in een nieuw jasje.